Locatie

Amersfoort

Hoofdcategorie

Beleid en instrumenten

Subcategorie

Beschermde stadsgezichten: evaluatie beschermingsgebied

Uitvoeringsjaar

2010

Opdrachtgever

Gemeente Amersfoort: Bureau Monumentenzorg & afdeling Planologie

Projectteam

Marcel van Winsen, Hugo van Velzen, Rowin van der Leede

In samenwerking met

Max Cramer (gemeente Amersfoort, Bureau Monumentenzorg), Dick Schalks en Rainier Kok (gemeente Amersfoort, Planologie)

Hoe functioneert een rijksbeschermd stadsgezicht van een historische binnenstad in de alledaagse ruimtelijke praktijk van beschermen en ontwikkelen en welke rol speelt het juridisch instrumentarium hierin? De telkens opduikende verschillen van inzicht bij bestuurders en politiek over de mate waarin de binnenstad beschermd of juist gemoderniseerd zou moeten worden – en dus hoe een ‘beschermd stadsgezicht’ geïnterpreteerd zou moeten worden – waren voor de gemeente Amersfoort in 2009 aanleiding om de expertise van ons bureau op het terrein van historische binnensteden in te zetten. De gemeente droeg ons op het ruimtelijk binnenstadbeleid van Amersfoort van de voorbije 30 jaar –grofweg de periode dat de binnenstad rijksbeschermd was vanwege haar monumentale waarden – kritisch tegen het licht te houden. Omdat er na ruim 50 jaar rijksbeschermde stadsgezichten nog nergens een objectieve maatstaf ontwikkeld was voor het evalueren van de bescherming (‘wanneer kan een bescherming eigenlijk effectief genoemd worden?’), was het tot stand brengen daarvan de eerste majeure opgave. Ons bureau heeft op basis van wetenschappelijk onderzoek een BSG-benchmark opgesteld met een set standaard ruimtelijke doelstellingen voor een beschermde historische binnenstad. Hiermee waren we in staat de effectiviteit te analyseren van de drie instrumenten waarmee de bescherming in Nederland concreet gemaakt wordt: het bestemmingsplan, de gemeentelijke procedures en het welstands- en monumentenbeleid. Maar de proof of the pudding is in the eating, reden waarom wij dit onderzoek hebben aangevuld met de ruimtelijke evaluatie van concrete bouwprojecten – eveneens met behulp van de beschermingsdoelstellingen van de BSG-Benchmark. Behalve dat de welstandsnota niet goed bleek aan te sluiten op de doelstellingen van bescherming, legde het onderzoek vooral cruciale weeffouten in het bestemmingsplan bloot, waardoor de bescherming geen handen en voeten kon krijgen, zoals het gebrek aan een historisch-ruimtelijk afwegingskader bij afwijking van bestemmingsplanregels of een niet-ingevulde adviseringsrol voor de Commissie Welstand en Monumenten bij projectbesluiten. Op basis van deze bevindingen hebben wij samen met Noud de Vreeze, de toenmalige stadsarchitect van Amersfoort, een geïntegreerd team opgezet van deskundigen en betrokkenen vanuit de gemeente. De spilvraag was eenvoudig: hoe nu verder? Op basis van vele voorbeelden van ruimtelijk beleid in  historische binnensteden in binnen- en buitenland hebben wij een koers uitgezet die voor alle partijen overtuigend was en in een vervolgproces is uitgewerkt in een cultuurhistorische verkenning en het bestemmingsplan. De cultuurhistorische verkenning was een absolute voorwaarde voor het verankeren van de cultuurhistorische waarden in het bestemmingplan en de welstandsnota. Beide producten vonden stapsgewijs na deze evaluatie plaats.